Het verhaal over het ontstaan van OSM begint meestal op mijn zolderkamer. Met een ingeving, de nodige dosis geluk en de vaardigheden om uit te voeren wat ik had bedacht. Maar hoe zat ik er toen eigenlijk bij? Was er iemand die geloofde dat ik iets bijzonders kon presteren? Geloofde ik daar zelf in? Niet echt. Ik was een 100% nerd. In een tijd dat het woord ‘nerd’ nog geen positieve bijklank had.

Twintig jaar later, met twee bedrijven en exits op mijn naam en vader van twee opgroeiende kinderen, is het lastig voor te stellen dat ik in mijn pubertijd zo weinig zelfvertrouwen had, dat ik niet eens naar de supermarkt durfde. Toch is dat zo.

Het is niet zo’n fraai verhaal. Maar toch lijkt het mij goed om het een keer te vertellen.

De verhuizing

Mijn ‘nerd’-zijn komt niet volledig uit de lucht vallen. Als ik in Den Haag op de basisschool zit, ben ik nog een populaire jongen in de klas. Mijn identiteit ontleen ik aan het feit dat ik goed kan leren. Ik ben geaccepteerd in de groep en heb het naar mijn zin.

Tot mijn ouders, volledig begrijpelijk, besluiten te verhuizen. Ons huis is te klein geworden voor het gezin. Voor mij is het een schok. We komen in Zoetermeer terecht. Op zich een prima stad. Maar in een andere stad terecht komen als 10-jarige is voor mij rampzalig.

Ik ken niemand. Ik kom in een nieuwe klas en moet daar gaan proberen mijn plek te vinden. Dat gaat me niet zo goed af.

De basisschool

Mijn nieuwe klasgenoten hebben tot mijn ontzetting weinig waardering voor mijn streberigheid. Al snel ben ik een ‘stuut’.

Een typerend moment wat nog in mijn geheugen gegrift staat, is dat de leraar een stukje over de Romeinen vertelt, waarin hij claimt dat Ceasar de eerste Romeinse keizer was. Ik corrigeer hem dat het Augustus is. Want ik heb veel gelezen over de Romeinen. De leraar accepteert mijn correctie niet, maar wijst me terecht tot hilariteit van de klas.

Jeroen poep aan zijn schoen wordt van stal gehaald. Mijn oren zijn te groot. Mijn beugel zit in de weg. Ik ben niet hip gekleed. Ik moet op het schoolplein vernederingen incasseren. Meestal verbaal. Soms fysiek.

Ik beleef heel wat donkere dagen. Kinderen kunnen bijzonder gemeen zijn.

Oppernerd Elon Musk (foto) heeft ook weleens verteld over wat hij in zijn jeugd heeft meegemaakt. Daar herken ik me wel in. Ik denk dat hij veel goed doet door te laten zien hoe succesvol je desondanks toch kunt zijn.

Als iemand goed kan leren, denken mensen: het zal wel goed komen. Misschien is dat ook zo. Maar dat maakt het leven van nerds in hun kindertijd er niet leuker op. Daar mag ook weleens wat aandacht voor zijn.

De Computernerd

Mijn toevlucht zoek ik in de MSX computer, die dan net in mijn bezit is gekomen. Het is dan nog vrij uitzonderlijk om als kind over een computer te beschikken. Het is een eigenzinnige bezigheid waar ik mijn nieuwsgierigheid, creativiteit en doorzettingsvermogen in kwijt kan.

Ik maak spelletjes, muziek en vind aansluiting bij andere MSX liefhebbers.

Hoewel ik veel profijt heb van deze hobby, helpt het niet bepaald om mijn imago te verbeteren. Integendeel.

Geen zelfvertrouwen

Het sneue is dat ik maar wat graag erbij wil horen. Het is niet zo dat ik er bewust voor kies om een buitenbeentje te zijn. Maar de realiteit sleurt me steeds meer in die rol. Het ergste is: ik ga er zelf in geloven. Mijn ouders doen wat ze kunnen, maar zullen zich ook soms machteloos gevoeld hebben.

Het gaat zover, dat ik niet eens meer naar de supermarkt durf. Contact met andere mensen maken vind ik eng. Ik weet niet wat er van me verwacht wordt. Ik trek me meer en meer terug uit het leven.

Ik ga in mijn gedrag en interesses richting de ‘subcultuur’ van de nerds. Ik speel tot diep in de nacht games. Ik programmeer. Ik luister naar elektronische muziek, lees fantasy boeken en verzamel Magic kaarten.

Op de middelbare school gaat het langzaam iets beter. Maar ik ben nog steeds veel te bang om voor mezelf op te komen. Het duurt ontzettend lang voordat ik een meisje durf aan te spreken. Het is veelzeggend dat ik niet één keer te laat kom op school.

Klimmen uit het ravijn

Ik klamp me vast aan het enige waar ik goed in ben: programmeren. Dingen maken op de computer. Dat is wat ik leuk vind en waar ik zelf in geloof.

Op het HBO informatica kom ik eindelijk een beetje los van mijn, deels ook zelf in stand gehouden, imago als nerd en underdog. Dat komt omdat ik iets kan doen wat ik leuk vind en waar ik goed in ben.

Als ik vervolgens bij bedrijven terecht kom waar ik dat kan laten zien en waar dat gewaardeerd wordt, bloei ik op en dat vertaalt zich in meer zelfvertrouwen op alle terreinen. Op de universiteit tenslotte raak ik het juk van mijn eigen negatieve zelfbeeld kwijt.

Met Hit Harvester, Avalon en later OSM laat ik als ondernemer zien dat ik in staat ben dingen te maken die mensen waarderen. Ik weet mezelf echt te hervinden tot op het punt dat ik voor groepen van honderden mensen presentaties kan geven.

Dat gaat niet vanzelf. Ik heb de vaste overtuiging dat ik eraan moet werken. Dat elk stapje in de goede richting er één is. Ook al doe ik er soms twee terug na een negatieve ervaring. Dat ik een fantastische zus en broer heb die me daarbij helpen, speelt ook een belangrijke rol.

Uiteindelijk ben ik die nerd geworden die op de schoolreünie in een dure sportwagen voor kan komen rijden. Niet dat ik dat echt ga doen. Maar het is een leuke fantasie.

Lange tijd was mijn motto op OSM deze zin die aan Mahatma Ghandi wordt toegeschreven: “First they ignore you, then they laugh at you, then they fight you, then you win.

Het is een reden waarom ik er energie uit haal om IT-stagiairs te begeleiden en hen in staat te stellen zich te onderscheiden. Want hoewel veel nerds nog steeds een nare schooltijd hebben, ligt de wereld aan hun voeten. Als ze het zich maar realiseren.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.