Bijbaantjes. Bijna iedereen heeft ze wel gehad. Ik heb van alles gedaan: verhuizen, aan de lopende band gestaan, flyers uitgedeeld en in een callcenter de telefoon opgenomen. Het zijn mooie anekdotes. Ze hebben me de waarde van geld geleerd, maar ik ben blij dat ik het niet meer hoef te doen.

Naast school was en is geld verdienen een must voor de meeste studenten. Ik heb het nog lang volgehouden op zakgeld en het doorverkopen van apparatuur. Ik was best lui. Maar op mijn zeventiende kwam ik erachter dat als ik een nieuwe computer wilde kopen, ik twee jaar zou moeten sparen. Dat leek zelfs mij een kansloze zaak. Mijn moeder wist wel de oplossing. Ik zou moeten gaan werken. Met frisse tegenzin schreef ik me in bij een handjevol uitzendbureaus.

Het Verre Oosten

Na een aantal dagen werd ik gebeld voor mijn eerste klus. Of ik bereid was ‘productiewerk’ te doen. Ik wist niet wat dat was, dus ik vond het best. Ik kon me melden bij ‘Het Verre Oosten’. Een fabriek in Zoetermeer waar Chinese diepvriesmaaltijden werden verpakt.

Het werk bleek zwaar, ondankbaar en slecht betaald. Voor vijf gulden per uur startte ik de dag met kratten wassen. Vervolgens mocht ik bij een soort glijbaan pakjes pindasaus opvangen die in dozen moesten worden verpakt. Na de lunch werd ik alleen in een koelcel gedropt om volle kratten diepvriesvoedsel op elkaar te stapelen.

Eind van de dag was ik onderkoeld, mijn handen zaten onder het bloed en ik had overal spierpijn. Als geld verdienen zo moest, dan hoefde het van mij niet meer. In de fabriek stond ook een Turkse jongen. Die was ontspannen bezig, vrolijk en aardig. Doordat hij zich niet druk maakte kwam hij de dag veel beter door dan ik. Dat vond ik wel knap. Ik zag mezelf dat niet doen.

Verhuizen

Het volgende karwei waarvoor ik gebeld werd, was verhuizen. Dat klonk me vrij ontspannen in de oren. Het was mooi weer buiten. Ik ging ervoor. Het bleek om bedrijven te gaan. Bureaus. Stoelen en kasten. In het begin ging het prima, maar al snel merkte ik dat het voortdurend sjouwen van spullen heel zwaar is.

Verhuizen heb ik slechts twee dagen volgehouden. Daarna gaf mijn lichaam het op. De spierpijn was vreselijk. Ik wilde niet meer. En dat terwijl ook hier jongens bezig waren die fluitend bureaus met één hand optilden, waar ik het net redde met twee.

Werk voor meisjes

Ik voelde me ellendig. Ik was handig met computers. Waarom kon ik niet achter een bureau zitten en daar iets mee doen? Ik ging naar het uitzendbureau en vroeg ernaar. “Dat soort werk is voor meisjes” werd mij verteld. “Geef mij dan maar meisjeswerk”, ze ik. Ik was er klaar mee.

Bij Randstad lieten ze me een typetest doen en daaruit bleek dat ik verrassend snel kon typen. Toch moest ik zonder aanbod naar huis. “Voor de meeste banen op een kantoor worden meisjes gevraagd” was de uitleg. “Als we een werkgever hebben die ook een jongen accepteert, bellen we je.” Ik had weinig hoop.

Intussen probeerde ik ook de andere uitzendbureaus duidelijk te maken dat ik best wat slimmer werk kon doen. Hierin gingen ze maar gedeeltelijk mee. Ik mocht een paar middagjes flyers uitdelen in de stad.

Eén middagje werd ik opgetrommeld om te helpen de archieven van de gemeente door te spitten. Spannend, want het waren de bijstandsarchieven. Alles op papier. Ik kwam erachter dat iemand in de bijstand zo goed als geen privéleven meer heeft.

Een callcenter in Zoetermeer kon me ook wel twee weekjes inzetten. Namens AXA verzekeringen nam ik de telefoon op. Wel goed voor mij, want de telefoon opnemen was niet bepaald mijn sterkste punt. Het was een soort beleggingslijn. De klanten vroegen aan mij om beleggingsadvies. Best komisch. Het systeem was afgeschermd maar daar trok ik me uiteraard niks van aan. Het duurde niet lang of ik kon alle inwoners van Zoetermeer checken op kredietwaardigheid.

Leuke maar tijdelijke baantjes, die mijn financiële dromen niet dichterbij brachten.

Ministerie van Onderwijs

Toen was daar een verlossend telefoontje van Randstad. Ze waren mij niet vergeten. Bij het Ministerie van Onderwijs, destijds in Zoetermeer gevestigd, zochten ze iemand op het secretariaat. Ze zochten eigenlijk een meisje, maar ze hadden geen bezwaar tegen mij. Ik mocht op gesprek en werd aangenomen.

Mijn pas voor het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCenW)

Twee zomervakanties liep ik rond op het ministerie, bij de afdeling RZO, Relatiemanagement Zelfstandige Organisaties. De werkzaamheden waren eenvoudig. Briefjes typen, afspraken plannen en poststukken archiveren. Eén van de meer spannende taken was ‘parafen halen’. Het gebouw waar het ministerie en tegenwoordig de AIVD is gevestigd is immens groot. Een waar doolhof. Beleidsstukken moesten van het ene bureau naar het andere worden gebracht. De betreffende ambtenaar zette dan een paraaf. Ik heb er veel geleerd.

Kalenders en kaarten

Al deze bijbaantjes speelden zich af in de schoolvakanties. Tussen school door was het vrijwel onmogelijk om iets te vinden. Ja, een krantenwijk lopen, in de kassen werken of iets van dien aard. Het werd kaarten vouwen en kalenders sorteren. In een magazijn in Gouda heb ik heel wat uren gemaakt.

Uiteindelijk mocht ik van de magazijnvloer naar het kantoor, omdat men erachter was gekomen dat ik kon programmeren. Zo kwam ik tenslotte waar ik wilde zijn. Ik heb heel wat gesleuteld aan het voorraadsysteem. Ik voelde me thuis in het verwarmde kantoor met zijn comfortabele stoelen. Eronder bevond zich de koude magazijnhal, waar door mijn voormalige collega’s nog altijd de orders werden ingepakt.

Soms, in de zomermaanden als het extra druk was, hielp ik nog mee in het magazijn. het was tijdens zo’n periode dat ik het idee kreeg voor een voetbalspel op internet.

De leukste bijbaan

Het meest gelukkig werd ik als ik mocht doen waar ik voor opgeleid werd: programmeren. Het is echter geen vanzelfsprekendheid dat een werkgever daarvoor open staat. Zelfs met stages is het lastig om een plek te vinden. Werkgevers hebben geen zin in begeleiding en kiezen voor ervaring.

Mijn ervaringen met bijverdienen zijn de belangrijkste reden waarom ik studenten graag de kans geef bij RB Group. Want waarom zou je als 20-jarige aan een lopende band moeten staan, terwijl je vaardigheden hebt waarin je jezelf kunt ontwikkelen, en waarmee je ook iets bij kan dragen aan de wereld?

Zo hebben de bijbaantjes me gevormd. Ik heb de waarde van geld geleerd en probeer wat voor mij destijds heel moeilijk was, een bijbaan vinden in het vak dat ik studeerde, nu mogelijk te maken voor IT-studenten.

Wat zijn jouw bijbaantjes geweest en wat heb jij ervan geleerd? Laat hieronder je reactie achter.

1 REACTIE

  1. Ik weet nog van de diepvries en het verhuizen, mama was een beetje streng soms maar, hier had ze toen echt wel met je te doen.. Leuk stuk.

En wat vind jij hiervan? Laat hier je reactie achter.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.