Wanneer ik vertel over mijn avonturen met Online Soccer Manager en RosterBuster, valt niet zelden de vraag of ik de software heb beschermd met patenten, octrooien of merkregistraties. Mijn antwoord daarop is ‘nee’. Mijn gehoor vind dit doorgaans onbegrijpelijk. Toch is het in allerlei opzichten heel logisch. Ik zal uitleggen waarom.

Een patent, merkrecht of octrooi leg je in de regel vast om iets te beschermen. Hoewel er een afschrikwekkende werking vanuit kan gaan, werkt het in de regel pas op het moment dat je een overtreder via een rechtszaak dwingt om in te binden.

Waarom patenten voor software niet werken

Stel je legt iets vast in een patent. Dat kost een aardige duit en kost veel tijd. Tijd die je misschien beter in innovatie van je software had kunnen stoppen. Maar laten we er vanuit gaan dat je het ervoor over hebt. Wat gebeurt er dan?

Je recht halen is een lange en kostbare weg. Voordat je in een rechtszaak verwikkeld bent, moet er eerst een overtreder zijn. Vervolgens zal het veel tijd en geld kosten om de overtreding aan te tonen en de juiste juridische stappen te nemen.

Daarbij is het meestal niet eens nodig, omdat in de basis copyright al via de wet geregeld is.

Het grootste probleem met software is dat het in de regel nooit exact hetzelfde is. Dat maakt het moeilijk te beschermen, omdat je niet kunt aantonen dat wat de concurrent doet, inbreuk maakt op jouw rechten. Legio voorbeelden uit de mainstream media laten zien dat zelfs heel duidelijke plagiaat op goed beschermde software bijna niet aangepakt kan worden.

Eén van de bekendste wil ik aanhalen. Dat is Apple vs Microsoft, waarin Microsoft heel duidelijk elementen van MacOS had gekopieerd in Windows. Toch kon Apple er niets tegen beginnen. Zelfs niet met duizenden dure advocaten en jaren procederen. Het bedrijf ging er bijna aan onderdoor. Pas toen er weer geïnnoveerd werd en het geschil bijgelegd, kon Apple de trend keren en zijn gram halen.

Plagiaat

Met OSM heb ik ervaren dat plagiaat op kan duiken. Dat is vervelend. Proberen om je ertegen te wapenen via patenten en octrooien is echter niet nuttig. Op het moment dat er een uitspraak zou komen van de rechtbank ben je jaren verder. In de IT is dat een eeuwigheid. Wat die uitspraak zou zijn is dus bovendien erg onzeker. Gelijk hebben en gelijk krijgen, zijn twee verschillende dingen.

Tot slot heb je nog het internationale karakter van het internet. Een bescherming kan maar afgedwongen worden in een beperkte regio, bijvoorbeeld in een land, Europa en/of de VS. Zit je overtreder in China of in Panama, dan is er via de rechter weinig tegen te beginnen.

Innovatie is het antwoord

Wat moet je dan wel doen? Voortdurend innoveren. Dat is een veel betere manier om je te beschermen tegen copycats.

De kopieerders ontbeert creativiteit en innovatie, anders hadden ze het niet nodig om jou te kopiëren. Daarbij zal het maken van een kopie tijd kosten. Binnen die tijd kun je alweer verder geëvolueerd zijn met je product. En vaak kopiëren ze de designfouten er nog bij ook!

Is bescherming dan helemaal nutteloos? Dat nu ook weer niet. Ik denk dat de afschrikwekkende werking zeker een factor is. Ook kan het helpen bij eenvoudige zaken die goed te beschermen zijn, zoals een beeldmerk. Maar software proberen met een patent is bij voorbaat gedoemd te mislukken. Ik zou dat een start-up nooit adviseren. Toch zie je dat veel mensen onterecht denken dat het IT ondernemerschap daar begint. Zij kunnen zich beter focussen op hun product en innovatie.

3 REACTIES

  1. Hoi Jeroen,

    De Apple v. Mircosoft zaak die je aanhaalt ging over auteursrecht (copyright) en niet over patenten!

  2. Dag Jeroen,

    Ik wil je post toch wat nuanceren.

    Het kan zeker zijn dat het binnen jouw bedrijven inderdaad de slimste keuze is om zo snel mogelijk door te ontwikkelen en daarop alles in te zetten.

    Maar er zijn verschillende soorten software innovaties, en verschillende situaties/business-strategieën. Er zijn bijvoorbeeld software-innovaties die geen technische component hebben, en daarmee kom je niet eens voor een octrooi in aanmerking. Ook zijn er software-innovaties die wél een technologisch aspect hebben bijv. om de verbinding bij video-conferencing te optimaliseren of bijvoorbeeld als stuurprogramma in specifieke hardware (robots). Bij deze innovaties is een octrooi vaak wel mogelijk.

    Voor al bovenstaande voorbeelden geldt inderdaad dat je automatisch auteursrecht (copyright) krijgt op de geschreven code. Maar auteursrecht geldt niet voor de werking ervan. Schrijf je dus een helemaal nieuwe code, in bijvoorbeeld ook nog eens een andere programmeertaal, met dezelfde werking dan kan je daar aan de hand van auteursrecht niet veel tegen doen. Met een octrooi krijg je daarentegen wél het recht op de technische innovatie. Hoe deze ook in code wordt opgeschreven.

    Heb je een octrooirecht op techniek die ook door een concurrent wordt gebruikt kan je deze concurrent een uitnodiging sturen om de situatie te bespreken. Inbreuk op een octrooirecht wordt vaak aan de onderhandelingstafel opgelost. Het komt niet heel vaak voor dat een inbreukzaak uiteindelijk bij de rechter komt.

    Als het mogelijk is om een octrooi aan te vragen wil het niet altijd betekenen dat dat ook de juiste keuze is. De juiste keuze is namelijk afhankelijk van je businessstrategie. Waar wil je binnen een X-aantal jaar staan met je bedrijf, en hoe kan je dat bereiken? Soms is dat door een community op te bouwen die met jouw mee innoveert. Dan wordt alles open source gedeeld, de community wordt gepromoot mee te innoveren. Zo bind je deze community aan jouw bedrijf. Dat is een mooie groei-strategie. Dit werd bijvoorbeeld gedaan bij de opkomst van de (thuis-) 3D-printers. Wil je de wereld veroveren met een dienst waarbij je data zend vanaf een device naar een server waarop jouw specifieke algoritme draait, en daarna het resultaat weer terugstuurt naar de device. Dan is een bedrijfsgeheim op die software ook een optie. Wil je je bedrijf binnen een bepaalde termijn verkopen, dan is het slim om te onderzoeken wat de business-strategie van de potentiele kandidaten zijn. Door in de octrooidatabanken, merkendatabanken en modeldatabanken te kijken kan je zien of, en zo ja, welke IP deze potentiele kopers aanvragen, en in welke landen. Door die IP strategie over te nemen wordt je nog aantrekkelijker en waardevoller voor die betreffende kandidaten. Dat kan bijvoorbeeld een reden zijn om octrooien aan te vragen, of merk- of modelrechten. Of toch ook dat IP-recht in een land aan te vragen dat je in eerste instantie niet op het oog had.

    Ik noem al even merkrecht. Het merkrecht bestaat niet alleen uit beeldmerken (voor logo’s) Ook is een woordmerk bijvoorbeeld van groot belang voor veel diensten, zoals apps en games. Alle commerciële uitingen die je als bedrijf doet worden aan die specifieke naam gehangen. Toch jammer als een concurrent een naam bedenkt die verwarrend werkt. Waardoor potentiele afnemers niet bij jou uitkomen, ondanks jouw inspanningen.

    Kortom, bekijk de software-innovatie dus per keer, en leg deze naast je businessstrategie. Bepaal aan de hand daarvan de juiste, met kennis onderbouwde IP keuze. En dat kan zomaar anders uitpakken dan je misschien van te voren had gedacht.

    Groeten,

    Yp

En wat vind jij hiervan? Laat hier je reactie achter.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.