Soms kom je iets tegen dat je even stil laat staan. Dat had ik toen ik zag dat Dutch Football Manager is opgenomen op de website Nederlandse Voetbalgames. Niet omdat het een groot of succesvol spel was, integendeel. Maar omdat dit voor mij het begin was.
Mijn eerste voetbalmanager
Dutch Football Manager was één van de eerste games die ik ooit maakte. Geen groot team, geen budget, geen licenties. Gewoon bouwen omdat ik het interessant vond.
Ik was gefascineerd door voetbal én systemen. Hoe kun je een competitie simuleren? Hoe laat je teams logisch presteren? Hoe vertaal je iets complex als voetbal naar data en beslissingen?
De uitvoering was simpel, maar de kern: management, strategie, vooruitdenken, zat er al in.
De kiem van iets groters
Als ik er nu op terugkijk, zie ik heel duidelijk de lijn naar Online Soccer Manager (OSM).
Veel van de principes die later belangrijk werden in OSM:
- lange termijn beslissingen
- competitie-opbouw
- spelersontwikkeling
- de spanning van wedstrijden die je niet direct bestuurt
Die zaten in rudimentaire vorm al in Dutch Football Manager. Alleen toen nog puur voor mezelf, zonder idee dat het ooit iets groters zou worden.
Van hobby naar miljoenen spelers
Het verschil met OSM is natuurlijk schaal. Waar Dutch Football Manager een experimenteel project was, groeide OSM uit tot een game met miljoenen spelers wereldwijd.
Maar de motivatie erachter was eigenlijk hetzelfde gebleven: een systeem bouwen dat interessant genoeg is om mensen steeds terug te laten komen.
Geen graphics. Geen hype. Maar de kern van het spel.
Waarom dit bijzonder is
Dat Dutch Football Manager nu terug te vinden is op zo’n overzichtspagina tussen bekende titels van Davilex en ASF voelt een beetje alsof iemand een oude schets terugvindt van iets dat later een gebouw is geworden.
Het laat zien:
- waar dingen beginnen
- hoe ideeën evolueren
- en dat je eerste versie nooit perfect hoeft te zijn
Tot slot
Als ik dit terugzie, realiseer ik me vooral hoe belangrijk het is om gewoon te beginnen. Niet wachten tot iets “goed genoeg” is, maar bouwen, testen en leren.
Want soms zit in dat eerste, simpele project al alles wat je later nodig hebt.











