Deze week was ik twee keer in Den Haag voor de Nederlandse game-industrie. Op dinsdag om samen met andere organisaties een petitie aan te bieden aan de Tweede Kamer. Op woensdag om Kamerleden en beleidsmedewerkers zelf te zien gamen tijdens ‘Gamen in de Kamer’. Later volgde nog een gesprek met een ruime delegatie uit de sector bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Het zijn zichtbare momenten in een traject waar we vanuit de Dutch Games Association al langere tijd intensief aan werken. We spreken met beleidsmakers, zoeken samenwerking met andere organisaties en brengen de situatie van Nederlandse gamemakers onder de aandacht in de media. De afgelopen weken kwamen die activiteiten bij elkaar. Er is momentum, en dat willen we gebruiken om de positie van onze sector te verbeteren.

De aanleiding is helaas minder positief. Veel Nederlandse gamebedrijven hebben het moeilijk. Het faillissement van PlayerUnknown Productions bracht dat deze zomer opnieuw in het nieuws. Journalisten belden me om uitleg en ik sprak erover op NPO Radio 1. In mijn eerdere blog over de crisis in de game-industrie heb ik beschreven waar de problemen volgens mij zitten: financiering is moeilijker geworden, ontwikkelkosten zijn hoog en studio’s moeten vaak jarenlang investeren voordat een game inkomsten oplevert.

Dat raakt vooral de bedrijven die willen doorgroeien. Een goed team en een veelbelovende game zijn onvoldoende als de financiering voor de volgende productiefase ontbreekt. Ondertussen concurreren Nederlandse studio’s met bedrijven uit landen waar de overheid gameontwikkeling veel nadrukkelijker ondersteunt.

Op Gamescom was dat verschil goed zichtbaar. Vanuit het Nederlandse paviljoen vertegenwoordigden we met de DGA een mooie groep bedrijven. Er waren 28 Nederlandse bedrijven aanwezig en via een rondleiding van Videogames Federatie Nederland kwamen ook Nederlandse en Europese beleidsmakers langs. Zulke ontmoetingen zijn waardevol. Een gesprek met een ondernemer over een concreet project maakt duidelijk wat er nodig is om een game daadwerkelijk op de markt te brengen.

Tegelijkertijd zag ik in Keulen hoe actief andere landen bezig zijn om bedrijven en talent aan te trekken. Voor Nieuwsuur mocht ik, samen met onder anderen Joost van Dongen van Galaxy Grove, toelichten wat er in Nederland speelt. We hebben sterke makers en goede opleidingen. De vraag is hoe we ervoor zorgen dat de bedrijven die daaruit voortkomen hier ook kunnen groeien en blijven.

Die boodschap hebben we daarna verder uitgedragen. Rami Ismail, die binnen de DGA verantwoordelijk is voor overheidsrelaties, sprak bij BNR over de Nederlandse gamesector en het strategische belang van games. Hij legde daarbij de verbinding met economie, cultuur en de internationale positie van Nederland. Dat bredere perspectief is belangrijk: de keuzes die we nu maken, bepalen mede waar straks de kennis, bedrijven en banen terechtkomen.

Veel werk

Als voorzitter zie ik hoeveel werk er nodig is om dit onderwerp op de agenda te krijgen. Een mediaoptreden of een bezoek aan de Tweede Kamer staat nooit op zichzelf. Het bouwt voort op eerdere gesprekken, contacten en gezamenlijke voorstellen. Zo stuurden we eerder al met Videogames Federatie Nederland en Branchevereniging Esports Nederland een position paper naar Kamerleden. De activiteiten van deze week passen in diezelfde lijn.

Op dinsdag 29 september boden we de petitie ‘Videogames verdienen een plek in de digitale toekomst van Nederland’ aan de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken aan. Dat deden we samen met Videogames Federatie Nederland, Offlimits, HackShield Future Cyber Heroes en het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid.

Concreet vragen we de politiek om de game-industrie structureel mee te nemen in beleid rond digitalisering, innovatie, economie, onderwijs en cultuur. We willen dat Nederland aantrekkelijker wordt voor gamebedrijven en talent, en dat de maatschappelijke toepassingen van gametechnologie beter worden benut. Ook vragen we om effectieve regelgeving en een vaste plek voor de sector als gesprekspartner van de overheid.

Erken games als serieuze sector

Voor mij begint dat bij erkenning. Games raken verschillende beleidsterreinen, maar juist daardoor is het belangrijk dat er samenhang en verantwoordelijkheid ontstaat. Een gamebedrijf moet kunnen rekenen op een overheid die begrijpt hoe de sector werkt en welke voorwaarden nodig zijn om internationaal te concurreren.

Een dag later werd het onderwerp een stuk tastbaarder tijdens ‘Gamen in de Kamer’ in Nieuwspoort. Er waren bekende internationale games als FIFA en Mario Kart, maar ook Nederlandse producties als Hidden Folks, Polders en SCHiM. Het was mooi om politici en beleidsmedewerkers zelf met die games aan de slag te zien.

En natuurlijk werd er fanatiek gespeeld. Een beleidsmaker van het CDA won de individuele prijs. JA21 stond lange tijd bovenaan, maar uiteindelijk ging DENK er met de fractieprijs vandoor. Tussen het spelen door was er gelegenheid om te praten over de mensen en bedrijven achter de games.

Videogames Federatie Nederland organiseerde zowel de petitie als ‘Gamen in de Kamer’, in samenwerking met de DGA, HackShield, Offlimits en Beeld & Geluid. Die samenwerking helpt om de volle breedte van games zichtbaar te maken: als entertainment, als culturele uiting, als technologie en als middel om bijvoorbeeld digitale weerbaarheid te vergroten.

Ook de Volkskrant besteedde aandacht aan de activiteiten, onder de kop ‘De Nederlandse game-industrie kwakkelt, dus trekken gamebedrijven met spelcomputers naar de Tweede Kamer’. De problemen van de sector blijven daarmee onder de aandacht. Voor ons is het zaak om die aandacht steeds te verbinden aan wat er nodig is om de situatie te verbeteren.

Stimuleringsfonds

Later zat ik met een ruime delegatie uit de gamesector bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Daar spraken we over effectieve mogelijkheden om de sector beter te ondersteunen. Ook dat hoort bij dit werk: met de organisaties die ondersteuning bieden bespreken waar de behoeften liggen en hoe die ondersteuning beter kan aansluiten op de praktijk.

Ik kijk met een goed gevoel terug op deze week. Er waren inhoudelijke gesprekken, nieuwe ontmoetingen en momenten waarop mensen zelf konden ervaren wat Nederlandse gamemakers maken. Tegelijkertijd telt uiteindelijk wat er voor die makers verandert. Kunnen goede teams hun volgende productie financieren? Kunnen bedrijven doorgroeien? Blijven kennis en talent behouden voor Nederland?

Daar willen we vanuit de DGA vooruitgang boeken. De aandacht is er nu. We blijven eraan werken om die te vertalen naar beleid en ondersteuning waarmee Nederlandse gamebedrijven verder kunnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.